Over ons


Geschiedenis

De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen is in 1984 opgericht als aanspreekpunt voor investeerders die gebruik maakten van een in 1981 opgerichte overheidsregeling, de Garantieregeling Particuliere Participatiemaatschappij (PPM-regeling). Deze regeling was er op gericht om fondsen die risicodragend vermogen aan ondernemingen verschaffen te stimuleren. Midden jaren 1970 was namelijk private equity of venture capital (tot rond de eeuwwisseling waren deze twee termen deels inwisselbaar) over komen waaien uit de Verenigde Staten, en men wilde graag meer van dit soort “ondernemend vermogen” in Nederland hebben.

Onderkapitalisatie
Al vanaf het einde van de 19e eeuw waren er klachten dat het voor het Nederlandse bedrijfsleven te moeilijk zou zijn om voldoende eigen vermogen aan te trekken, vooral voor het midden- en kleinbedrijf. Initiatieven om daar iets aan te doen hadden telkens betrekkelijk weinig resultaat, of het nu ging om een samenwerkingsverband van de grote banken tijdens de jaren 1880-1890 of overheidsinitiatieven in de jaren 1930 en na de Tweede Wereldoorlog. Banken, inclusief de zaken- en handelsbanken die toen vaker voorkwamen, waagden zich niet of nauwelijks aan het verstrekken van risicodragend kapitaal. Ook de openbare markt, de beurs, kon niet voldoende voorzien in de behoefte aan eigen vermogen. De in 1985 opgerichte Parellelmarkt voor kleinere bedrijven lukte het niet daar verandering in te brengen, terwijl er toch een grote behoefte aan kapitaalversterking vanuit het Nederlandse bedrijfsleven was. Uitzonderingen zijn de in 1948 opgerichte Nederlandse Participatiemaatschappij (NPM), en de in de jaren 1970 door de overheid opgerichte Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROMs). Deze succesvolle initiatieven uit de naoorlogse decennia zijn nog steeds belangrijk in het Nederlandse financieringslandschap. 

Snelle groei
De PPM-regeling zorgde er voor dat het aantal participatiemaatschappijen en geïnvesteerde kapitaal in rap tempo toenam. Bijvoorbeeld in 1991 werd er al 6 keer meer kapitaal voor buyouts vrijgemaakt dan in 1984, amper 7 jaar eerder. Met een totaalbedrag van ƒ 255 miljoen aan financiering in 1991 was dit echter nog steeds een bescheiden vorm van financiering voor het bedrijfsleven. Maar al vanaf het begin is er behoefte aan professionalisering en kennisdeling. In 1985 start de NVP met  gespecialiseerde opleidingsbijeenkomsten en in 1989  wordt een heus opleidingsprogramma van de NVP in het leven geroepen. In 1986 publiceert de NVP haar eerste gedragscode. 

Begin jaren 1990 wordt ook het grote publiek bekender met participatiemaatschappijen. Bij grote bedrijven ontstond steeds meer het inzicht dat het beter is dat een bedrijf zich richt op waar het echt goed is, in plaats van zoveel mogelijk verschillende bedrijfsonderdelen aan elkaar te rijgen om ongevoelig te zijn voor conjuncturele schommelingen. Bedrijfsonderdelen van grote ondernemingen die niet (meer) bij de kernactiviteiten passen werden afgestoten en in veel gevallen door participatiemaatschappijen gekocht om omgevormd te worden tot zelfstandige specialistische bedrijven.   

Venture capital
De opkomst van internet en de bijbehorende bedrijvigheid zorgde er rond de eeuwwisseling voor dat de venture capitalists een aparte categorie investeerders werden. Met de groei van de sector kwam er ook meer behoefte aan een professionele branchevereniging. In 2002 werden daarom voor het eerst een externe voorzitter en directeur aangesteld. Tot die tijd werkte de voorzitter bij een participatiemaatschappij en de secretaris van het bestuur bij VNO-NCW. In die periode kreeg de venture capital sector door het knappen van de internetbubbel in 2002-2003 een zware klap te verwerken. Nederlandse venture capitalists hebben zich goed weten te herstellen, o.a. door gericht overheidsbeleid. Voor meerdere nog steeds actieve venture capitalists was dit de eerste economische cyclus die ze succesvol doorstonden. Nederland is tegenwoordig in Europa een koploper in investeringen en fondsenwerving door venture capitalists.

Luiken open
De kredietcrisis en economische crisis vanaf 2007 gaf een nieuwe impuls aan professionalisering en verantwoord investeren. De discussie vanaf 2009 over de invoering van de “Alternative Investment Managers Directive” (AIFMD) liet de noodzaak van een effectieve belangenbehartiging in Brussel en Den Haag voor participatiemaatschappijen zien als nooit tevoren. Met de inwerkingtreding van de AIFMD in 2014 kwamen participatiemaatschappijen voor het eerst onder direct overheidstoezicht te staan. In deze periode ontstond ook meer publieke belangstelling voor de sector. Om betere en gedetailleerdere informatie over de markt te kunnen geven aan beleidsmakers en toezichthouders ging de NVP voor haar marktonderzoek vanaf 2007 intensiever samenwerken met Invest Europe (toen EVCA). Uiteindelijk leidde dit in 2016 tot het European Data Cooperative (EDC), een pan-Europese dataverzameling. Ook het opleidingsprogramma van de NVP werd vanaf 2007 steeds verder uitgebreid. In 2012 startte de NVP met het NVP Advanced traject dat opleidt tot NVP Certified Investment Professional. 

Om de dialoog met de samenleving en politiek verder te versterken en “de luiken open te gooien”, is in 2015  politicus Annemarie Jorritsma als voorzitter aangetreden. 

Hieronder een overzicht van enkele belangrijke ontwikkelingen in de sector. Kijk voor meer historische publicaties van de NVP op de archiefsectie op de onderzoekspagina of neem contact op het de NVP.